FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2024

Belangrijkste inzichten
  • Ondanks de afvlakking van de economische groei, worden er in de komende zes jaar in Nederland meer dan 2 miljoen baanopeningen verwacht. 
  • De vervangingsvraag, de vraag die ontstaat doordat medewerkers vervangen moeten worden, zorgt voor 75 procent van de baanopeningen.
  • De grootste werkgelegenheidsgroei wordt verwacht voor beroepen in zorg en welzijn, en technische beroepen.
  • In de periode 2019 tot 2024 zullen naar verwachting ongeveer 1,6 miljoen gediplomeerden de arbeidsmarkt instromen. In Nederland zijn er steeds meer hoogopgeleide werkenden. 
  • De beste kansen op werk worden in Nederland verwacht voor master werktuigbouwkunde, bachelor elektrotechniek, mbo 4 bouw en infra, mbo 4 tuinbouw en groenvoorziening en bachelor werktuigbouwkunde.
  • De slechtste kansen worden in Nederland verwacht voor mbo 4 mediavormgeving, mbo 3 detailhandel en groothandel, bachelor psychologie, sociale en maatschappijwetenschappen, master kunst en mbo 4 commerciële dienstverlening.
  • De grote verschillen in verwachte kansen op werk tussen studierichtingen maakt dat het wenselijk is dat er meer aandacht komt voor de arbeidsmarktkansen van opleidingen in de loopbaanoriëntatie op school.
Knelpunten in techniek, zorg en onderwijs houden aan

Deze week heeft het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit van Maastricht het rapport 'De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2024' gepubliceerd. In 2020 zal ROA deze landelijke uitkomsten verder doorvertalen naar arbeidsmarktregio's. 

Op basis van de analyses van het ROA blijkt dat er ondanks de verwachte afvlakking van de economische groei, de komende zes jaar meer dan 2 miljoen baanopeningen worden verwacht in Nederland. Dit zorgt over het algemeen voor goede baankansen voor gediplomeerden die de arbeidsmarkt in zullen stromen. Bachelors en masters hebben tot 2024 de beste kansen op werk. De huidige knelpunten die werkgevers ervaren bij het werven van personeel in de techniek, zorg en onderwijs zullen naar verwachting de komende jaren op alle functieniveaus aanhouden. De huidige slechte baankansen voor mbo’ers uit economisch-administratieve richtingen zullen de komende zes jaar niet verbeteren. 

vervangingsvraag

De verwachting is dat de komende zes jaar zo’n 1,6 miljoen medewerkers vervangen moeten worden. Zij verlaten (tijdelijk) de arbeidsmarkt vanwege o.a. (vervroegde) pensionering, zorgtaken of het verruilen van hun beroep voor een ander beroep. De vervangingsvraag zorgt voor 75% van de baanopeningen. De beroepen waarvoor de grootste vervangingsvraag wordt verwacht zijn de bedrijfseconomische en administratieve beroepen, transport en logistiek beroepen, technische beroepen en commerciële beroepen. Onderzoeksleider Didier Fouarge van het ROA waarschuwt echter dat er voor de meeste beroepen, behalve de technische beroepen, voldoende aanbod is. De rest van de baanopeningen ontstaat dankzij het creëren van nieuwe werkgelegenheid. Hierdoor kunnen in Nederland 464.700 extra werkenden aan de slag. "Vooral ICT-beroepen zijn daarbij groeiberoepen: ruim de helft van de baanopeningen in de ICT zijn het gevolg van nieuwe werkgelegenheid, vooral vanaf hbo-niveau", aldus Fouarge. 

Extra werkgelegenheid in de zorg en techniek

De grootste werkgelegenheidsgroei wordt verwacht voor de beroepen in zorg en welzijn, en de technische beroepen. De groei in de zorg en de grote vervangingsbehoefte in het onderwijs zorgen ervoor dat het aanbod van arbeid achterblijft bij de vraag in deze sectoren. Hierdoor is het voor de zorg en het onderwijs moelijk om voldoende personeel te vinden. Dit speelt in de techniek ook voor gediplomeerden op mbo-, bachelor- en masterniveau, met als bijkomend probleem dat eenmaal afgestudeerd, gediplomeerden vaak in andere functies buiten de techniek terechtkomen. “Dit komt doordat technische vaardigheden ook in functies buiten de techniek gewaardeerd worden”, zegt Fouarge. Alleen de agrarische beroepen krimpen, met name door de inzet van technologie.

Steeds meer hoogopgeleide werkenden in Nederland

In de periode van 2019 tot 2024 zullen naar verwachting ongeveer 1,6 miljoen gediplomeerden de arbeidsmarkt instromen. Door de demografische ontwikkelingen neemt het aantal gediplomeerden niet toe, maar de samenstelling daarvan verandert ten opzichte van de afgelopen jaren. Voor de mbo 2 en 3, wordt een daling van de instroom naar de arbeidsmarkt verwacht. Voor mbo 4, bachelor en master een toename.  De verwachte instroom en baanopeningen bepalen de kansen voor gediplomeerden voor de komende zes jaar. De beste kansen op werk worden verwacht voor de master werktuigbouwkunde, bachelor elektrotechniek, mbo 4 bouw en infra, mbo 4 tuinbouw en groenvoorziening en de bachelor werktuigbouwkunde. De slechtste kansen worden verwacht voor mbo 4 mediavormgeving, mbo 3 detailhandel en groothandel, de bachelor psychologie, sociale en maatschappijwetenschappen, en de master kunst en mbo 4 commerciële dienstverlening. Fouarge: “Dit betekent niet dat gediplomeerden uit die richtingen werkloos zullen worden, maar wij verwachten dat zij meer moeite zullen hebben een passende baan te vinden en dat de arbeidsvoorwaarden zullen tegenvallen. De grote verschillen in verwachte kansen op werk tussen studierichtingen suggereren volgens Fouarge dat “het wenselijk is dat er meer aandacht komt voor de arbeidsmarktkansen van opleidingen in de loopbaanoriëntatie op school”.

Duidelijke verschillen tussen opleidingstypen

In de visualisaties hieronder staat welke arbeidmarktsituatie in 2024 in Nederland te verwachten is voor de verschillende opleidingsniveaus en -richtingen, vanuit het perspectief van de werkzoekende. Weergegeven is een ITA score (Indicator Toekomstige Arbeidsmarktsituatie). Een score <1 is gunstig voor werkzoekenden, want er is dan meer vraag dan aanbod op de arbeidsmarkt, een score >1,05 is ongunstig voor werkzoekenden, want er is dan meer aanbod dan vraag. Bij een score tussen 1 en 1,05 is er sprake van evenwicht op de arbeidsmarkt. Wanneer de omvang van een opleidingscategorie te klein is in een regio, is het niet mogelijk  om een betrouwbare ITA score vast te stellen. Die wordt dan niet weergegeven. 

Toekomstige arbeidsmarktsituatie in 2024 per MBO (niveau 2 & 3) opleidingscategorie
Toekomstige arbeidsmarktsituatie in 2024 per MBO4 opleidingscategorie
Toekomstige arbeidsmarktsituatie in 2024 per bachelorniveau opleidingscategorie
Toekomstige arbeidsmarktsituatie in 2024 per masterniveau opleidingscategorie
OOK verschillen BINNEN OPLEIDINGSCATEGORIEËN

Bij de weergegeven arbeidsmarktperspectieven naar opleidingsniveau en studierichting hoort een kanttekening: De scores tonen het gemiddelde perspectief per opleidingscategorie. Er kan variatie bestaan in de perspectieven die de onderliggende opleidingen bieden. Om hier enig zicht op te geven staat in onderstaande figuur de variatie voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Weergegeven is voor hoeveel procent van de onderliggende opleidingstypes, gewogen naar het aantal werkenden, de arbeidsmarktperspectieven matig/slecht, redelijk en (zeer) goed zijn. 

Spreiding arbeidsmarktperspectieven (2024) binnen MBO opleidingscategorieën, Nederland
Spreiding arbeidsmarktperspectieven (2024) binnen HBO EN WO opleidingscategorieën, Nederland

Verantwoording
Het Project Onderwijs-Arbeidsmarkt (POA),  uitgevoerd door het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), geeft een gedetailleerd beeld  van de arbeidsmarktperspectieven voor de middellange termijn over de volle breedte van de arbeidsmarkt. Daarbij kijken wij zes jaar vooruit, omdat dat de termijn is waarop jongeren die nu een opleiding kiezen na het behalen van hun
diploma op zoek gaan naar een baan. 
Om dat te kunnen doen, maakt het ROA prognoses voor de in de komende jaren verwachte vraag (uitbreiding, vervanging en substitutie) en het verwachte aanbod (instroom vanuit het onderwijs en kortdurige werkloosheid). Op basis van deze prognoses presenteert het ROA voor iedere opleiding de Indicator Toekomstige Arbeidsmarktperspectieven en voor iedere beroepsgroep de Indicator Toekomstige Knelpunten naar Beroep. De prognoses en de indicatoren zijn opgenomen in het door ROA ontwikkelde ArbeidsmarktinformatieSysteem (AIS). 

Hoe hard zijn de prognoses? Evaluaties van POA laten zien dat de prognoses meestal uitkomen, maar er twee zaken zijn die niet in een model gestopt kunnen worden. Dat zijn een eventuele nieuwe economische crisis en plotselinge beleidswijzigingen van de politiek.  

Voor meer informatie over het project POA of de inhoud van het rapport 'De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2024', kunt u contact opnemen met Didier Fouarge:  d.fouarge@maastrichtuniversity.nl

Lees verder

Bakens, J., Bijlsma, I., Dijksman, S., Fouarge, D., & de Lombaerde, G. (2019). De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2024. (ROA Reports; No. 007). Maastricht: Research Centre for Education and the Labour Market.

Fouarge, D. (2015). Project Onderwijs-Arbeidsmarkt: Gebruik van arbeidsmarktinformatie en impact. (ROA Technical Reports; No. 004). Maastricht: Research Centre for Education and the Labour Market.

 

Uitgelicht voor overheid