FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

Derde bouwcrisis in drie jaar tijd

Belangrijkste inzichten
  • De bouwsector is een conjunctuurgevoelige sector, uitslagen in de bouwproductie (zowel opwaarts als neerwaarts) zijn groter dan van de totale economie.
  • De bouwsector kent een laat-cyclisch conjunctuurpatroon, de veranderingen in het algehele economische klimaat werken met vertraging door in de bouwproductie.
  • De sector bouw moest zonder het Coronavirus al rekening houden met een lichte krimp in 2020 en 2021, als gevolg van stringente regelgeving rond stikstof en PFAS en door toenemende ruimtelijke knelpunten.
  • Door het Coronavirus daalt het aantal arbeidsjaren in de bouw in Nederland gedurende de periode 2020-21 met 40 duizend, in 2020 neemt het aantal arbeidsjaren af met 15 duizend arbeidsjaren.  
  • Verwachte verlies aan banen als gevolg van Coronavirus beperkter dan tijdens bankencrisis. 
  •  In 2024 grote behoefte aan personeel in de sector bouw, behoud van arbeidskrachten voor de sector bouw belangrijk aandachtspunt. 
Derde bouwcrisis in twaalf jaar tijd

Voor de derde keer in twaalf jaar tijd dreigt de Nederlandse bouwsector in een crisis te belanden. De coronacrisis zorgt niet alleen voor een lockdown maar heeft ook sterke negatieve gevolgen voor investeringsplannen van particuliere en zakelijke klanten van de bouw. Gelet op de doorlooptijden in de bouw zal ook deze crisis zich naar verwachting uitstrekken over een periode van twee jaar. De bouwproductie zal in deze periode in totaal met ruim 15% dalen, waarbij 40.000 voltijdbanen verloren gaan. Ook als de Nederlandse economie komend jaar weer stevig herstelt, zal de bouw de negatieve gevolgen van de coronacrisis nog steeds sterk ervaren. In de periode 2022-2024 kunnen in de bouw vervolgens weer zeer hoge groeicijfers worden gerealiseerd, waarbij ook de arbeidscapaciteit weer sterk zal moeten toenemen.

Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in de op 3 april verschenen notitie ‘Vooruitzichten voor de bouw na de coronacrisis’.

Gevolgen voor de werkgelegenheid in de bouwsector

De sterke daling van de productie heeft ook belangrijke gevolgen voor de werkgelegeneid in de bouw. Het EIB verwacht dat de werkgelegenheid in Nederland in twee jaar tijd met ongeveer 40 duizend arbeidsjaren daalt, een daling van ruim 8%. Zoals gebruikelijk bij een schok in de productie, leidt de teruggang eerst in sterke mate tot productieverlies. Hierdoor kan het werkgelegenheidsverlis in 2020 nog beperkt blijven tot 15 duizend arbeidsjaren. De daling van de werkgelegenheid is dit jaar geconcentreerd bij de flexibele schil, vooral de werkgelegenheid onder uitzendkrachten en gedetacheerden loopt relatief sterk terug. Hierbij daalt het aantal buitenlandse arbeidskrachten relatief sterk, waarbij als gevolg van het coronacrisis het aanbod van deze arbeidskrachten in ieder geval tijdelijk ook is teruggevallen.

In 2021 zet de daling van de werkgelegenheid krachtig door. Niet alleen is de terugval in productie in dit jaar sterker dan in 2020, maar de productiedaling slaat volgend jaar relatief ook sterker neer in de werkgelegenheid dan in 2020. In 2021 slaat de daling van de werkgelegenheid in sterkere mate neer bij werknemers en zzp’ers. Relatief is de teruggang bij zelfstandigen het grootste, terwijl in absolute aantallen de teruggang bij werknemers het sterkst is.

Verwachte verlies aan banen beperkter dan tijdens bankencrisis 

Zowel de omvang van het werkgelegenheidsverlies als het patroon over de twee jaren sluit goed aan bij het beeld van de bankencrisis. Toen ging bij een iets beperkter productieverlies 35 duizend arbeidsjaren verloren in twee jaar tijd. Het verlies aan werkgelegenheid is met 40 duizend arbeidsjaren wel veel beperkter dan over de gehele periode 2009-2014, toen 80 duizend arbeidsjaren verloren gingen. De teruggang in de werkgelegenheid was toen veel sterker omdat na de bankencrisis de Europese economie nogmaals werd getroffen door de Eurocrisis. Ook zorgde het overheidsbeleid in deze periode voor additionele vraaguitval op de woningmarkt, waardoor de negatieve spiraal werd versterkt.

Behoud van arbeidskrachten

Stakeholders moeten er de komende periode voor zorgen dat bedrijven in de bouw hun inspanningen op het gebied van arbeidsmarktbeleid doorzetten. Vóór de verspreiding van het coronavirus was de arbeidsmarkt in de bouwsector krapper dan krap. In 2024 is het de verwachting dat er 20 duizend arbeidsjaren extra nodig zijn dan in het jaar 2019, de personeelstekorten zullen dan intensiveren. Het is dan ook van levensbelang dat ook de komende periode de inspanningen in de bouwsector om personeel te werven worden voortgezet. Oplossingrichtingen daarbij zijn achtereenvolgens: 

  • Deeltijd ww (in combinatie met scholing)
  • Transities binnen werk en van-werk-naar-werk
  • Inrichting werkplekken voor aanbieden van stages en BBL-trajecten
  • Gerichte investeringen in belangrijke landelijke en regionale ambities op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid en duurzaamheid. 

 

 

Uitgelicht voor overheid