FEEDBACKFORMULIER

Wij waarderen uw feedback!

FEEDBACK
Dit veld is verplicht
Dit veld is verplicht

* verplichte velden

Douwe Grijpstra (Panteia): beginnende trends zetten versneld door

Douwe Grijpstra, manager arbeidsmarkt bij Panteia

Beweging en ontwikkelingen door de crisis

De sectoren die zwaar getroffen zijn door de crisis zetten momenteel alle zeilen bij om te overleven. Dat legt een grote druk, omdat de regelingen van de overheid weliswaar helpen maar ook zeer goed doorgrond moeten worden. Ook landelijk gaat het er nu allereerst om de economie aan de praat te houden met in het verlengde daarvan voorkomen dat er op grote schaal ontslagen vallen. Pas in een volgende fase zal er aandacht kunnen en moeten komen voor de sociale aspecten: mensen die in de bijstand terecht komen, die schulden hebben, die niet kunnen omgaan met de situatie, enzovoort.

Ik verwacht dat door de crisis een aantal trends die zich al voor de crisis aftekenden, versneld zullen doorzetten. De kantoortuin was bijvoorbeeld al op zijn retour en nu ervaren ook de twijfelende managers dat thuiswerken voor de meeste mensen prima werkt, minder afleidt en de effectiviteit verhoogt. Natuurlijk mis je het contact met je collega’s maar dat is te organiseren. Ook zal duidelijk zijn dat je niet meer voor een vergadering van een paar uur naar Chicago gaat vliegen… Het enige wat misschien lastig is, is de begeleiding van junior medewerkers. Uiteraard is thuiswerken niet in elke sector mogelijk; in de zorg en de bouw wordt ‘gewoon’ doorgewerkt. In de thuiszorg, wijkverpleging en verpleeghuiszorg zelfs zonder adequate beschermingsmiddelen. Tegelijk mogen kappers en mochten tandartsen merkwaardig genoeg niet werken.

Verandering nodig
De huidige crisis maakt duidelijk dat een sector als de logistiek stappen moet zetten om medewerkers aan zich te binden. In de distributiecentra werken mensen dicht op elkaar onder zeer hoge druk. Prima voor de economie maar het is logisch dat deze mensen, die veelal uit Oost-Europese landen komen, eisen beginnen te stellen ten aanzien van hun huisvesting, reisvergoeding en andere secundaire arbeidsvoorwaarden. Wordt daaraan niet voldaan, dan kiezen zij ervoor om naar hun thuisland te vertrekken, waar het coronavirus bovendien tot nu toe niet zo sterk ingrijpt. Omdat de lonen ook in die landen stijgen, is er een reëel risico dat ze niet terugkeren naar Nederland met een groot tekort aan arbeidskrachten in de logistieke sector tot gevolg. Voor de land- en tuinbouw geldt overigens hetzelfde. Het inzetten van werkzoekenden en vrijwilligers in deze sectoren is geen oplossing, omdat die niet kunnen voldoen aan de productie-eisen van de werkgevers.

In de zorg is door de crisis opnieuw duidelijk geworden dat het tot voor kort schortte aan waardering voor de medewerkers, niet alleen in materieel opzicht. Uit onderzoek blijkt dat zorgmedewerkers vaak kiezen voor een loopbaan buiten de sector, omdat ze zich niet gehoord voelen. Nu is de tijd om dit anders te gaan aanpakken. Het is voor de tekortsectoren belangrijk om in te zetten op het behoud van het zittende personeel. Alleen zo kan toekomstige krapte voorkomen worden.

Lessons learned
Hoewel de economie in de aard gezond is, is op termijn een terugval van de economie niet meer op te vangen met maatregelen van het kabinet. Dan komen we in een situatie zoals in 2008. We kunnen leren van de fouten die destijds zijn gemaakt. De steunmaatregelen voor bedrijven die het kabinet nu neemt, zijn begrijpelijk en kostentechnisch verstandig; bedrijven kunnen blijven draaien, hun vaste medewerkers in dienst houden en er hoeft geen WW uitgekeerd te worden. Opvallend is wel dat er een regeling is voor ZZP’ers maar niet voor flexkrachten. Deze arbeidskrachten met tijdelijke contracten vormen een belangrijke bouwsteen van onze economie, maar hun rechtspositie is slecht geregeld. De mensen in deze groep zijn vaak jonger, ze hebben geen recht op WW en de bijstand is er alleen voor mensen vanaf 27 jaar. In de horeca- en evenementenbranche, waar het personeel grotendeels bestaat uit jonge flexkrachten, wordt dit probleem extra sterk zichtbaar. Uiteindelijk gaat dit de consumptie beïnvloeden en ontneem je hele groepen jong volwassenen de mogelijkheid om een bestaan op te bouwen.

Groepen die in de crisis van 2008 ook minder aandacht kregen, waren de jeugdwerklozen en de mensen met een arbeidsbeperking Er werd vooral ingezet op het snel aan het werk helpen van mensen met goede kwalificaties en vooruitzichten. De re-integratie van jongeren zou nu sneller moeten worden opgepakt en de aandacht voor de mensen met een arbeidsbeperking mag niet verslappen.

Nu scholen
Een oplossing ligt in flexibel (om)scholen, bijvoorbeeld via opleidingsvormen die lijken op die van de voormalige Centra Vakopleiding: korte scholingstrajecten met flexibele instroommogelijkheden. Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is nog steeds niet van de grond gekomen, maar er ontstaat nu ruimte voor. Van werkgevers kan geëist worden dat zij medewerkers, die tijdelijk aan de zijlijn staan, net als bij de deeltijd-WW, scholen. Zowel voor de werkgever als voor de betreffende werknemer levert dat veel op. Mensen blijven door scholing en LLO gedurende hun loopbaan inzetbaar en groeien mee met innovaties. Het zou dan ook een verplichting moeten worden. Voorwaarde is dat er een infrastructuur wordt ingericht. ROC’s hebben daar momenteel nauwelijks ruimte voor. Ze hebben al veel omhanden: hun vaste populatie vaak minder snel geneigd is tot thuisleren en omdat de stage-component vaak is weggevallen.

Regio’s aan zet
Het is duidelijk: juist nu moet er versneld worden en moeten er maatregelen genomen worden. Daaraan kan regionaal overleg een impuls geven. Nu gemeenten nog minder financiële ruimte hebben vanwege de te verwachten extra kosten door een toenemend aantal bijstandsgerechtigden, zijn er andere middelen nodig voor initiatieven, maatregelen en innovatief beleid. Daarbij kan gekeken worden naar de regio, waar in goed overleg gesproken wordt over maatregelen en de bijbehorende middelen. Hier ligt een belangrijke opdracht voor de provinciale overheid. Die kan de middelen opbrengen om de benodigde initiatieven vorm te geven en op te zetten.

Toekomst
Zo zou het goed zijn als bedrijven steun krijgen voor stagebegeleiding, waar dan bijvoorbeeld oudere, ervaren medewerkers die anders met ontslag worden bedreigd, zorg kunnen dragen. Dat geldt met name voor de bouw, waar door de crisis sprake is van een terugval. Op termijn dreigen er echter grote tekorten aan goed opgeleide krachten in het licht van de grote toekomstige opgaven in de woningbouw, de energietransitie en de infrastructuur. Ook is het juist nu goed om in te zetten op het motiveren van leerlingen om te kiezen voor een studie met toekomst: in de zorg, de techniek en het onderwijs. Dat ligt nog steeds gevoelig, maar juist nu wordt duidelijk hoe cruciaal deze beroepsrichtingen zijn en welke uitdagingen er liggen in de toekomst. Ik zie bijvoorbeeld ook interessante mogelijkheden voor nieuwe opleidingen in het gezondheidsveld, zoals Population Health Management, zodat we een volgende keer veel beter zijn voorbereid op een eventuele pandemie.

Herbezinning
De afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen om de krapte op de arbeidsmarkt op te lossen. De AOW-leeftijd is mede daarom verhoogd. De crisis kan er echter toe leiden dat de krapte op de arbeidsmarkt omslaat in een overschot. Dan zijn maatregelen om te zorgen dat mensen langer doorwerken niet meer zinvol. Het is beter ervoor te zorgen dat jongeren aan het werk komen dan ouderen langer te laten doorwerken: werk voor iedereen is er immers niet. De kosten van een AOW-uitkering zijn trouwens vaak lager dan de kosten voor de verlengde WW-uitkering van ontslagen oudere werknemers.

Ook komt nu het Nederlandse pensioenstelsel verder onder druk te staan. De vraag is of we dat overeind moeten houden. Nederland heeft tegen hoge kosten een enorme zekerheid opgebouwd door grote sommen pensioengeld te sparen; de meeste andere landen hebben echter omslagstelsels. De vraag is of wij die gespaarde middelen niet beter kunnen inzetten, zeker nu zuidelijke lidstaten begerig naar onze geldpotten kijken. Op den duur is ons systeem niet meer te financieren. Kritiek is vaak dat oudere generaties met goede pensioenvoorzieningen de problemen bij de jongeren neerleggen. In vergelijking met de meeste andere landen is het in Nederland echter precies omgekeerd: wij hebben vele miljarden voor de toekomst opzij gezet. Een verdere keuze voor een omslagstelstel is dan misschien logisch: om de druk op de lonen te verlagen en om nu de nodige miljarden voor herstel van het bedrijfsleven vrij te spelen.

Hoewel we nu bezig zijn met het oplossen van de acute vraagstukken, is er misschien ook versnelling mogelijk bij het oplossen van enkele structurele vraagstukken.

 

Uitgelicht voor overheid